Parlementsverkiezingen '10 Onthutsende onzorgvuldigheid

  • 65
  • 0
  • 0

  • Slechts enkele dagen voor het kabinet Balkenende IV zijn derde verjaardag zou vieren stapte de PvdA uit de regering. Opportunistisch handelen, vindt Radboud Rijpkema, dat zeker niet beloont moet worden.
    In 2006 vertrokken Nederlandse troepen richting het Afghaanse Uruzgan om daar de vrijheid, ontwikkeling en eveneens de veiligheid te bevorderen. Het werd in grote mate een vechtmissie en de gebrekkige veiligheid en corruptie voedden het pessimisme omtrent de slagingskansen van de internationale missie in Afghanistan.
    Gedurende de afgelopen jaren nam het pessimisme en de weerstand tegen een verlenging van de missie in Uruzgan in Nederland eveneens toe. Onder de bevolking en tevens bij politici overheerste het idee dat het wellicht tijd werd om onze aanwezigheid daar te beëindigen.
    Toen minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen eind 2009 suggereerde dat een verlenging van onze aanwezigheid in Afghanistan niet ondenkbaar was, belandde de discussie in een stroomversnelling waarbij inhoudelijke argumenten meer en meer verloren gingen.
    Het allesoverheersende argument dat de afgelopen dagen hoorbaar was, was ‘de belofte aan de kiezer om uit Uruzgan te vertrekken’. Het is ronduit spijtig om te zien dat geen enkele politicus recentelijk uiteen kon zetten welke nationale en internationale belangen nou daadwerkelijk ter zake doen. Sommigen leken dit ook niet te willen.
    Politieke beloften aan de kiezer zijn zonder meer van groot belang. In Nederland geeft de kiezer politici echter een mandaat om uit onze naam het land te besturen en beslissingen te nemen.
    Wanneer internationale ontwikkelingen en daarmee samenhangende nationale belangen wijzigen, is het aan politici om kiezersbeloften en staatsbelangen zorgvuldig af te wegen. Welke kant deze balans ook uit mag slaan, een zorgvuldige behandeling van alle argumenten omtrent dit belangrijke dossier is onontbeerlijk. Waarom was daarvan geen sprake in de afgelopen weken?
    In oktober 2009 keerde de PvdA als enige partij zich tegen een SGP-motie waarin de Tweede Kamer erop aandrong dat het kabinet voor 1 maart 2010 een besluit over Uruzgan zou nemen. De partij wenste geen overhaaste beslissingen te nemen. Afgelopen week forceerde de PvdA echter onverwachts de besluitvorming en dreef daarmee de coalitiepartners in een hoek.
    Waarom moest er stel op sprong een besluit komen terwijl de PvdA zich eerder nog tegen het stellen van deadlines keerde? Het versnellen van de besluitvorming omtrent Uruzgan was overbodig aangezien een meerderheid in de Tweede Kamer tot op heden tegen een verlenging van de missie is. Het is lastig om anders te constateren dat Wouter Bos en de PvdA de boel nodeloos forceerden, daarmee een zorgvuldige inhoudelijke behandeling in de weg stonden en ogenschijnlijk partijbelangen verkozen boven het staatsbelang.
    En dit terwijl andere kwesties door het kabinet Balkenende IV zo extreem zorgvuldig (sommigen lezen traag) werden behandeld. Denk hierbij aan de AOW-verhoging en het instellen van een dozijn commissies om meer dan 35 miljard te bezuinigen. Doordat de PvdA ineens gebrand was op een onmiddellijke beslissing het NAVO-verzoek naast ons neer te leggen forceerde de partij de besluitvorming ten koste van de zorgvuldigheid en heeft daarmee haar verantwoordelijkheid als regeringspartij niet genomen.
    Wanneer een politieke partij willens en wetens een belangrijk besluit vroegtijdig probeert te forceren en daarmee fors afbreuk doet aan de zorgvuldigheid van de politieke besluitvorming dient zij hierop afgerekend te worden.
    Voor of tegen verlenging van de missie is hier niet relevant, het gaat hier om opportunistisch politiek handelen ten koste van de zorgvuldigheid en nationale belangen en dit dient niet beloont te worden.